Calibratiefoto's maken

Samenvatting
Opstelling
Belichting
Het maken van de foto's
Voorbeelden
Het maken van de foto's voor shiftlenzen

Belangrijk:
Lees juist dit onderdeel zorgvuldig door. Daarmee kan je bereiken dat je maar één keer nodig hebt voor het maken van de calibratiefoto's. Voor optimale resultaten moet je er per foto een paar minuten aan besteden. Dit is dan eenmalig en loont zich beslist!

Als het er alleen om gaat om ImageIron uit te proberen, dan kunnen de calibratiefoto's ook slordiger worden gemaakt. In dit geval bijvoorbeeld met een A4-afdruk van de calibratieplaat of zelfs met de calibratieplaat op je beeldscherm (de laatste mogelijkheid is niet aan te raden als je chromatische aberraties wilt corrigeren). De resultaten van de eenvoudige manier zijn soms verbluffend goed.


Samenvatting

Inde meeste gevallen is de lensvervorming verschillend voor iedere camera-objectief combinatie. Om deze reden moet je voor iedere combinatie een eigen calibratieset aanmaken (dit geldt natuurlijk alleen voor camera's waar je meerdere objectieven op kan gebruiken).

In dit hoofdstuk vind je een stap-voor-stap beschrijving van de wijze waarop je de foto's voor een calibratieset kan maken. Dit gebeurt bij verschillende brandpuntsafstanden die later automatisch door ImageIron worden verwerkt. Bij vaste brandpuntsafstanden is de procedure navenant korter.


Opstelling

De calibratieplaat kan verticaal aan de muur worden bevestigd of horizontaal op een stevig oppervlak.
Speciaal bij de foto's in het lage zoombereik is het van belang dat de calaibratieplaat goed vlak hangt dan wel ligt. Op deze manier ontstaan er minder plooiingen die van verstorende invloed zijn, juist in het groothoekgebied.


Belichting

Voor optimale resultaten bij het corrigeren van de vignettering is het belangrijk de calibratieplaat gelijkmatig te belichten. Buitenshuis bij gematigd daglicht is hiervoor een goede keuze. Als dit niet mogelijk is kan ook met tungsten-halogeen licht worden gewerkt. Zorg ervoor dat er geen reflecties op de calibratieplaat te zien zijn. Pas hiervoor zo nodig de richting van de belichting aan.

In het geval dat de vignetteringseigenschappen van de te maken calibratieset niet belangrijk zijn, dan hoeft aan de belichting minder aandacht worden geschonken. Voor het berekenen van de vervormingsparameters is het alleen van belang dat de zwarte stippen van de calibratieplaat voldoende contrasteren met de witte achtergrond.

Het beste resultaat bereik je doorgaans wanneer je de camera op automatisch zet. (de calibratiefoto's zullen dan in het algemeen een grijzige achtergrond met daarop de zwarte stippen hebben)


Het maken van de foto's

Eén van de voordelen die ImageIron biedt is dat een set foto's automatisch kan worden bewerkt, indien er een geschikte calibratieset voor die camera/objectief combinatie aanwezig is.
De vervormingsparameters hangen af van de brandpuntsafstanden en de vignetteringsparameters van de diafragma's. Om deze reden is het belangrijk dat de calibratiefoto's bij zoveel mogelijk brandpuntsafstanden en diafragma's worden gemaakt.
Alhoewel ImageIron voor de tussenliggende brandpuntsafstanden en diafragma's kan interpoleren, zal het resultaat altijd beter zijn als in de calibratieset juist die brandpuntsafstanden en/of diafragma's aanwezig zijn of anders vlak in de buurt liggen.

Omdat ImageIron de brandpuntsafstanden en de diafragma's uit de EXIF-gegevens haalt, is het niet nodig deze bij het maken van de calibratiefoto's te noteren.

Het verdient aanbeveling om als volgt te werk te gaan (pdf-versie om af te drukken):

  1. Stel de camera in voor optimale resultaten, dat wil zeggen: maximale resolutie en hoogste beeldkwaliteit (jpeg voldoet hierbij).
  2. Stel de camera in op de kleinste brandpuntsafstand / het kleinste zoombereik.
  3. Stel de camera zo op dat voldoende veel van de zwarte stippen op de opname komen. Kies liever iets aan de kleine kant dan aan de grote. Dit om geen randen van de calibratieplaat op de foto te krijgen. Verlies van een aantal stippen kan weinig kwaad (let op dat een aantal camera's, waaronder spiegelreflexen, niet het volledige beeld in de zoeker laten zien). Het absolute minimum aantal stippen dat op de calibratiefoto's moet komen is ongeveer 15x12.
    Voor camera's met een resolutie lager dan 1024x768 wordt aanbevolen niet de hele calibratieplaat te fotograferen, maar liever ongeveer 24x18 stippen.
  4. Voor de vignetterings parameters is het nodig voor iedere brandpuntsafstand ongeveer 3 à 4 verschillende diafragma's te gebruiken (liefst gelijkelijk verdeeld over de range van de diafragma's voor die brandpuntsafstand).
  5. Herhaal stap 3 en 4 voor de verschillende brandpuntsafstanden, met 4 tot 8 stappen over het hele bereik.

Voorbeelden

Alhoewel de volgende calibratiefoto's niet optimaal zijn, kunnen ze wel worden verwerkt dankzij de tolerantie van het herkenningsprogramma:


Rand van de calibratieplaat zichtbaar.
Kan naar alle waarschijnlijkheid nog worden verwerkt.

Gering aantal stippen.
Dit veroorzaakt een verminderde precisie. Het kan echter nodig zijn bij camera's met een resolutie lager dan 1024x768.

Onderbelicht.
Dit is van negatieve invloed op de vignetteringsparameters.

Een beetje vanuit een hoek opgenomen.
Dit kan worden verwerkt.

Het maken van de foto's voor shiftlenzen

ImageIron ondersteunt het calibreren van foto's die met een shiftlens zijn gemaakt. Een shiftlens wordt evenwijdig aan het projectievlak verschoven, waarbij ook de optische as verschuift ten opzichte van de ccd. Hiermee wordt een nieuwe snede gemaakt in de afbeelding. De calibratieset, die voor lensfout correcties moet worden gemaakt, moet derhalve een maat voor de shift worden meegegeven. Dit om de shift door te rekenen in de shift van het het vervormingscentrum.

Als je een tilt/shiftlens gebruikt, dan kan ImageIron niet in één keer de calibratie uitvoeren. Je moet dan de tilt en de shift ieder afzonderlijk calibreren. Hieruit komen dan afzonderlijke calibratiesets voort. Dit is omdat tiltverschuivingen een niet triviale verschuiving van het vervormingscentrum geven (met een tangentieel deel).

Als je een calibratieset voor shiftlenzen maakt, dan moet je met de hand bijhouden welke foto's met hoeveel shift zijn gemaakt. Deze gegevens worden namelijk niet in de EXIF-gegevens opgenomen.

Het verdient aanbeveling om als volgt te werk te gaan (pdf-versie om af te drukken):

  1. Stel de camera in voor optimale resultaten, dat wil zeggen: maximale resolutie en de hoogste beeldkwaliteit. (jpeg voldoet hierbij)
  2. Stel de camera in op de kleinste brandpuntsafstand / het kleinste zoombereik.
  3. Stel de shiftlens in op shift 0.
  4. Zie stap 3 in het vorige onderdeel voor de cameraopstelling.
  5. Maak met deze instelling 2 of 3 foto's van de calibratieplaat. Voor shift = 0 is het niet nodig om dit uit te voeren voor meerdere diafragma's.
  6. Shift de lens maximaal naar rechts (naar links als je voor de lens staat).
  7. Zie stap 3 in het vorige onderdeel voor de cameraopstelling.
  8. Maak, om alle vignetteringscorrectieparameters te verkrijgen, ongeveer 4 foto's met verschillende diafragma's per ingestelde shift (verdeel de diafragmawaarden zo gelijk mogelijk over het bereik).
  9. Herhaal stap 3 tot 8 meerdere malen en hoog hierbij de brandpuntsafstand in 4 tot 8 stappen op van minimaal naar maximaal.
Ga verder met "Calibratieparameters berekenen"