Foto's calibreren

Foto's kiezen
Calibratie instellingen
Instellen camerastand voor portretten
Geschikte calibratieset kiezen
Start de calibratie

Foto's kiezen

Klik in het hoofscherm op de knop "Calibreer foto's" of kies in het menu File >> Calibreer foto's voor de volgende dialoog:

Calibrate images

Klik op de knop Voeg foto's toe ... om te calibreren foto's toe te voegen. Hierbij is de fotoverkenner actief, waarin je een afbeelding van de foto en enige informatie over de foto te zien krijgt. Dit geldt voor alle ondersteunde opslagformaten:

Image file browser

Een andere mogelijkheid is om de foto's via slepen uit andere toepassingen toe te voegen (bijvoorbeeld vanuit windows verkenner).


Calibratie instellingen

Hoge kwaliteit: Als dit is aangevinkt, dan worden de foto's gecalibreerd in HQ modus, anders in LQ modus.
Trimmen van frame: Als dit niet is aangevinkt, dan wordt bij calibreren alle informatie uit het origineel bewaard. Je krijgt dan wel vaak rouwrandjes te zien.
Is dit wel aangevinkt, dan wordt de foto rechtgesneden met minimaal informatieverlies.
Correctie van vignetting: Als dit is aangevinkt, dan wordt de vignettering verwijderd.
Let wel op dat de kwaliteit van het resultaat sterk afhankelijk is van de diversiteit van de calibratiefoto's waarmee de calibratieset is gemaakt. Hoe meer diafragma's per brandpuntsafstand, zoveel beter het resultaat.
Als de calibratieset is gemaakt met calibratiefoto's met hetzelfde diafragma, dan kan het resultaat tegenvallen. Dit kan voorkomen wanneer je het diafragma van de camera niet handmatig kan instellen.
Zoomfactor: The zoomfactor is van invloed op de grootte van de gecalibreerde foto's. Als deze groote dezelfde moet zijn als die van de originele opname, dan moet zoomfactor "1" worden gekozen.
Overzetten van metadata: Als dit is aangevinkt, dan wordt alle metadata (waaronder EXIF) overgezet naar de gecalibreerde foto (als het opslagformaat het toelaat). Tevens wordt de foto gemarkeerd als zijnde gecalibreerd door ImageIron.
Let op: indien niet aangevinkt, dan kan de foto abusievelijk meerdere malen worden gecalibrrerd, hetgeen tot foutieve resultaten leidt!
(Hierbij wordt gebruik gemaakt van het "exiftool.exe" van Phil Harvey).
Foto outputformaat: Grafisch bestandsformaat voor de gecalibreerde foto's. In de meeste gevallen is het jpeg-formaat met een kwaliteit van 95 afdoende. Als de foto echter hierna nog verder moet worden bewerkt kan het raadzaam zijn hem verliesloos (bv tiff) of met hogere kwaliteit op te slaan.
Het wordt aanbevolen een foto slechts eenmaal met verlies op te slaan, nadat alle bewerkingen erop hebben plaatsgevonden.
Zet om naar 8 bpc: Als dit is aangevinkt, dan worden foto's met een kleurdiepte van 16 bits omgezet naar foto's met kleurdiepte van 8 bits. Deze keuze kan alleen worden gemaakt als het uitvoerformaat 16 bits ondersteund.
Selecteer bestemmingsmap: Kies hier de locatie waar de gecalibreerde foto's zullen worden opgeslagen door ImageIron .

Instellen camerastand voor portretten

In tegenstelling tot de calibratiefoto's, mogen de te calibreren foto's wel 90 met de klok mee of tegen de klok in worden gedraaid. Wil je echter de vervorming in HQ-modus verwijderen, dan moet in ImageIron worden opgegeven met welke camerastand de foto is genomen (dit omdat het verwijderen van de vervorming en vignettering in veel gevallen niet symetrisch gaat ten opzichte van het centrum van de foto).

Om deze reden moet of de linkerkant of de rechterkant als "onderkant" worden gemarkeerd. Een fotograaf die voor portretstand de camera 90 tegen de klok indraait moet derhalve de rechterkant markeren als onderkant. Bij veel foto's zal dit zich echter vanzelf wijzen.

Omdat de meeste fotografen de camera altijd een bepaalde richting opdraaien voor staande foto's kan een standaard draairichting worden opgegeven met de twee knoppen 90 met de klok mee and 90 tegen de klok in. De foto's die afwijkend hieraan zijn gemaakt kunnen per stuk worden gemarkeerd met "onderkant" (door middel van een muisklik en ook bij meerdere geselecteerde foto's).


Geschikte calibratieset kiezen

In de meeste gevallen worden aan de geselecteerde foto's automatisch de geschikte calibratiesets toegekend. Deze foto's worden aangeduid met een groene stip .

Als je een foto met een groene stip selecteert, dan wordt een kleine preview van de foto getoond in de rechterbovenhoek. Ga je er met de muis over, dan krijg je de correctie door ImageIron te zien.

Het kan zijn dat voor bepaalde foto's meerdere geschikte calibratiesets worden gevonden. Deze worden dan gemarkeerd met een gele stip .
Dit kan optreden wanneer er meerdere calibratiesets voor een camera/lens combinatie zijn gemaakt. Ook kan dit optreden wanneer de EXIF-gegevens niet voldoende aangeven welke camera/lens is gebruikt voor de foto.

Een groene stip met een uitroepteken geeft aan dat een geschikte calibratieset is gevonden, maar dat bepaalde gegevens nog handmatig moeten worden aangevuld (brandpuntsafstand, diafragma of wellicht een shift).

Een rode stip met een uitroepteken geeft aan dat er wel voldoende EXIF-informatie is, maar dat er geen geschikte calibratieset is gevonden.

Rood en geel gemarkeerde foto's moeten met de hand een calibratieset krijgen toegewezen:
Klik er met de rechtermuisknop op voor het contextmenu Complete Informatie. Hierin wordt een lijst van beschikbare calibratiesets getoond waaruit je een keuze kan maken.
Vooral bij rood gemarkeerde foto's moet je wel goed weten wat je doet. Kies je een onjuiste calibratieset, dan kan de foto er juist extra door worden vervormd in plaats van dat je de vervorming eruit haalt.


Start de calibratie

Start de calibratie met de huidige instellingen door op de knop Calibreer de foto's! te klikken.

Als de calibratie van een foto geslaagd is, dan wordt dit aangegeven in de EXIF eigenschap "Image-Description". Hiermee wordt de foto beschermd tegen abusievelijk meerdere malen calibreren. Let wel op dat dit alleen geldt als Overzetten van metadata aangevinkt is en dat er een opslagformaat wordt gebruikt dat EXIF metadata ondersteunt (jpg of tiff).

Ga verder met "Overige mogelijkheden"